VERSLAG STADSGESPREK VRIJWILLIGERS IN DE KNEL

Moderatoren Henriette van der Meij (Vrijwilligerscentrale Amsterdam) en Jelle Houtsma (SOOZ) heten de aanwezigen allemaal van harte welkom bij dit derde Stadsgesprek van 2019. Dit jaar rondom het jaarthema ‘Keuzes voor Amsterdam’. In 2025 bestaat Amsterdam 750 jaar. In welke stad willen we dan leven? Welke keuzes maken wij – bewoners en professionals – gezamenlijk om op die stad uit te komen? We bekijken dit jaar iedere maand voor een ander prangend thema welke keuzes gemaakt moet worden. Aan het eind van het jaar brengen we alle opbrengsten samen tijdens Stadsgesprek Keuzes voor Amsterdam

jelle 1.jpeg

Vandaag is het thema ‘Vrijwilligers in de knel’. In de participatiesamenleving wordt steeds meer gevraagd van mensen die zich belangeloos inzetten voor een ander. Naast mantelzorgers, die heel direct iemand in hun naaste omgeving ondersteunen, gaat het ook om vrijwilligers. Aan de andere kant betekent de participatiesamenleving ook dat iedereen mee moet doen. Ook mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt of mensen die zich niet heel zelfstandig redden in de samenleving.

Deze twee tendensen – hogere verwachtingen van vrijwilligers en een groot aanbod van vrijwilligers met een afstand – vinden tegelijkertijd plaats en zijn op het eerste gezicht met elkaar in tegenspraak. Deze tegenspraak vormt het onderwerp van dit stadsgesprek. Hoe zorgen we er gezamenlijk voor dat vrijwilligerswerk voor iedereen blijft weggelegd?

kna 1.jpeg

Na een rondgang door de zaal blijkt de helft van de aanwezigen zelf aan vrijwilligerswerk te doen. Een flink aantal werkt ook bij een vrijwilligersorganisatie en bij zorg- en welzijnsorganisaties. Een kwart van de aanwezigen blijkt van buiten Amsterdam te komen.

Vanmiddag is er een inleiding door Tom Kniesmeijer, toekomstpsycholoog en oprichter van de Trendrede. Daarna hebben we een gesprek met Tom du Maine van WPI en Zwaan van Dam van Hebben en Houwen. Deelnemers zijn van harte uitgenodigd om mee te doen tijdens alle onderdelen.

Inleiding Tom Kniesmeijer

Toekomstpsychologie gaat over hoe mensen omgaan met veranderingen, als organisatie en als individu. Ik help organisaties daarmee. De Trendrede is begonnen in de crisis, om ook positieve punten te agenderen voor de toekomst.

“Er is geen één politieke partij die het helemaal met mij eens is”. Deze zin vat de tijdsgeest wat mij betreft het beste samen. Zo versplinterd is ons politieke leven. Omdat we uiteindelijk steeds meer vanuit onszelf zijn gaan denken. Dat leidt tot de conclusie: het individu is de bouwsteen van de samenleving geworden. Mensen van onder de 35 vinden dat heel logisch, mensen van boven de 60 vinden dat niet zo’n goede ontwikkeling.

Maar: wie is dan nog wij? Is de straat nog wij? Of de politiek? Of die vrijwilligersorganisatie? Waar leggen we de grenzen van het gezamenlijke wij? We worden steeds meer een samenleving van ongemiddelden. Er zijn geen meerderheden meer. En de kleinste minderheid is die van het individu.

Dit heeft positieve kanten: bijvoorbeeld een zorgcoöperatie waar mensen zelf bepalen wie hun bed verschoont. Of zelf de groenvoorziening in hun eigen wijk overnemen. Als je assertief bent, dan kun je goed meekomen in die nieuwe individuele samenleving. Maar als je niet assertief bent, dan loop je vast in het nieuwe systeem. Want dat systeem is ongelooflijk ingewikkeld, met KPIs, protocollen etc. Dat leidt tot systeempijn, ingegeven door een efficiency-streven waarin alles gemeten moet worden.

kniesm1.jpeg


FacebookTwitterLinkedin

Verslag

VERSLAG STADSGESPREK VRIJWILLIGERS IN DE KNEL

Deel dit bericht

Moderatoren Henriette van der Meij (Vrijwilligerscentrale Amsterdam) en Jelle Houtsma (SOOZ) heten de aanwezigen allemaal van harte welkom bij dit derde Stadsgesprek van 2019. Dit jaar rondom het jaarthema ‘Keuzes voor Amsterdam’. In 2025 bestaat Amsterdam 750 jaar. In welke stad willen we dan leven? Welke keuzes maken wij – bewoners en professionals – gezamenlijk om op die stad uit te komen? We bekijken dit jaar iedere maand voor een ander prangend thema welke keuzes gemaakt moet worden. Aan het eind van het jaar brengen we alle opbrengsten samen tijdens Stadsgesprek Keuzes voor Amsterdam.

Vandaag is het thema ‘Vrijwilligers in de knel’. In de participatiesamenleving wordt steeds meer gevraagd van mensen die zich belangeloos inzetten voor een ander. Naast mantelzorgers, die heel direct iemand in hun naaste omgeving ondersteunen, gaat het ook om vrijwilligers. Aan de andere kant betekent de participatiesamenleving ook dat iedereen mee moet doen. Ook mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt of mensen die zich niet heel zelfstandig redden in de samenleving.

Deze twee tendensen – hogere verwachtingen van vrijwilligers en een groot aanbod van vrijwilligers met een afstand – vinden tegelijkertijd plaats en zijn op het eerste gezicht met elkaar in tegenspraak. Deze tegenspraak vormt het onderwerp van dit stadsgesprek. Hoe zorgen we er gezamenlijk voor dat vrijwilligerswerk voor iedereen blijft weggelegd?

Na een rondgang door de zaal blijkt de helft van de aanwezigen zelf aan vrijwilligerswerk te doen. Een flink aantal werkt ook bij een vrijwilligersorganisatie en bij zorg- en welzijnsorganisaties. Een kwart van de aanwezigen blijkt van buiten Amsterdam te komen.

Vanmiddag is er een inleiding door Tom Kniesmeijer, toekomstpsycholoog en oprichter van de Trendrede. Daarna hebben we een gesprek met Tom du Maine van WPI en Zwaan van Dam van Hebben en Houwen. Deelnemers zijn van harte uitgenodigd om mee te doen tijdens alle onderdelen.

Inleiding Tom Kniesmeijer

Toekomstpsychologie gaat over hoe mensen omgaan met veranderingen, als organisatie en als individu. Ik help organisaties daarmee. De Trendrede is begonnen in de crisis, om ook positieve punten te agenderen voor de toekomst.

“Er is geen één politieke partij die het helemaal met mij eens is”. Deze zin vat de tijdsgeest wat mij betreft het beste samen. Zo versplinterd is ons politieke leven. Omdat we uiteindelijk steeds meer vanuit onszelf zijn gaan denken. Dat leidt tot de conclusie: het individu is de bouwsteen van de samenleving geworden. Mensen van onder de 35 vinden dat heel logisch, mensen van boven de 60 vinden dat niet zo’n goede ontwikkeling.

Maar: wie is dan nog wij? Is de straat nog wij? Of de politiek? Of die vrijwilligersorganisatie? Waar leggen we de grenzen van het gezamenlijke wij? We worden steeds meer een samenleving van ongemiddelden. Er zijn geen meerderheden meer. En de kleinste minderheid is die van het individu.

Dit heeft positieve kanten: bijvoorbeeld een zorgcoöperatie waar mensen zelf bepalen wie hun bed verschoont. Of zelf de groenvoorziening in hun eigen wijk overnemen. Als je assertief bent, dan kun je goed meekomen in die nieuwe individuele samenleving. Maar als je niet assertief bent, dan loop je vast in het nieuwe systeem. Want dat systeem is ongelooflijk ingewikkeld, met KPIs, protocollen etc. Dat leidt tot systeempijn, ingegeven door een effeciency-streven waarin alles gemeten moet worden.

Als we niet uitkijken, dan eindigen we met een samenloze leving. Met een tweedeling tussen mensen die meetellen en waarde hebben, en mensen die dat niet hebben. Mensen zijn op zoek naar een wij-gevoel om dat te voorkomen.

Aan de ene kant is er verbrokkeling door individualisering en efficiency. Maar aan de andere kant is er ook bindweefsel, door coöperaties, burgerinitiatieven, sociale ondernemingen en vrijwilligerswerk. Dat is een mooie trend van de laatste jaren.

Maar: er zit een ik in het wij en een wij in het ik. Veel mensen willen verandering. Niemand kan in zijn eentje overleven. Mensen willen gezien worden, gekend zijn en betekenis hebben. Oftewel: meedoen, meehelpen, meewerken.

Zo kom ik op de betekenissamenleving. Daar is het individu de bouwsteen, waar zijn talent wordt uitgebouwd. Maar dat wordt wel verbonden aan een groter geheel. Want zonder dat grotere geheel heeft onze inzet geen zin. De nieuwe economische moraal is geen rolex, maar ‘betekenis’.

Dat betekent ook dat iedereen een bouwsteen is. Maar ook dat drukverlaging noodzakelijk is, en dat we van efficiency naar een menselijke maat moeten. Vertaald naar vrijwilligerswerk: willen we dat iemand vanuit zijn talenten wat doet, of moet iemand een hokje/ taakje invullen dat toevallig nog open staat? Dat vergt flexibiliteit, en is ook niet altijd leuk, maar kan juist taai en moeilijk zijn.

We moeten mensen koppelen aan een sterk sociaal en moreel fundament. Daar moet je mensen aan verankeren. Mensen moeten vanuit een veilige en veerkrachtige werkomgeving kunnen werken. En veel minder bezig zijn met maatschappelijke doelen en verwachtingen.

Conclusie:

  1. Leg niet te veel druk op mensen. Beleid is een balanceer-act tussen mensen en doelen.

  2. Zie door het systeem de mens, gelijkwaardigheid in plaats van gelijkheid.

  3. Makkelijker wordt het niet, menselijker wel. Zoek verbinding in betekenis.

Belangrijk hiervoor zijn dit soort bijeenkomsten. We moeten met elkaar blijven praten. Het polderoverleg is echt heel uniek en waardevol in deze wereld. Wat niet makkelijk wordt is dat mensen niet meer in hokje te plaatsen zijn.

Interview met Zwaan van Dam, Hebben en Houwen

Hebben en Houwen is een kledingbank in Amsterdam Noord, maar dan een beetje een ludieke. We gaan niet uit van de probleemkant van mensen, maar zijn positief. Iedereen is mooi, kleding shoppen bij ons is een verwenmoment. Zo horen mensen er weer bij.

We worden gerund door vrijwilligers en zijn daarin idealistisch. We willen zoveel mogelijk mensen aan de slag krijgen. Maar we hebben ook een praktische klus te klaren. Hebben en Houwen is een jonge organisatie, dus er is nog veel op te bouwen en te groeien. Juist door de inzet van vrijwilligers die wat kwetsbaarder zijn, kwamen we in de knel. Het is een continue afweging tussen efficiency en sociaal. Wat ons bijvoorbeeld zou helpen is een basisinkomen voor mensen die initiatieven zoals Hebben en Houwen opzetten. Zodat zij een beetje uit de stress komen.

Interview met Tom du Maine, WPI, gemeente Amsterdam

WPI staat voor Werk, Participatie en Inkomen, de oude sociale dienst. Ik werk voor het participatieteam in Noord en dan speciaal voor mensen met een participatiewet-uitkering en een grote afstand tot de arbeidsmarkt. We moeten heel goed gaan kijken naar de menselijke maat: wat kan iemand wel en wat kan iemand niet? Het gaat ons om de vraag: hoe is iemand het beste geholpen om mee te doen aan de samenleving? Welke kwetsbaarheden heeft iemand en vooral: hoe moeten mensen ondersteund worden om die kwetsbaarheden op te lossen? Hieruit volgt dat bijvoorbeeld betaald werk niet voor iedereen is weggelegd.

Gesprek met de zaal

Moeten participeren legt ook een druk op mensen. Volgens Zwaan durven sommigen niet tegen de uitkeringsorganisatie te zeggen dat ze vrijwilligerswerk doen, omdat dan de druk naar betaald werk om de hoek komt kijken.

Volgens Tom wordt in Amsterdam de Tegenprestatie niet afgedwongen. Daarom herkent hij het beeld van druk op mensen ook niet zo. Maar mochten mensen dat wel voelen, dan doen we ons werk ergens niet goed. Bijkomend nadeel voor WPI en UWV is dat het imago vanuit het verleden soms niet al te best is.

Wat kun je van vrijwilligers vragen? De scheidslijn is dus: als je niet meer zonder die vrijwilliger kunt, dan zou je moeten afvragen of dat goed is? Maar ook: komt iemand om te participeren of om talenten te laten woekeren? Vanuit de zaal klinkt de oproep om vrijwilligers in de organisatie door te laten groeien naar een betaalde baan. De gemeente zou dat enorm moeten ondersteunen. Soms betekent dat ook een verschuiving van budgetten. Je kunt klantmanagers betalen, maar ook een deel van het budget naar organisaties verschuiven die daadwerkelijk mensen aan de slag laten gaan.

Volgens Tom Kniesmeijer gaat is het belangrijker dat mensen een mooi leven moeten hebben met de mogelijkheden die hij heeft. En dat betekent inderdaad verschuiving van budgetten, en dat is een politiek vraagstuk. Iedereen zou misschien een levensbudget moeten hebben.

Vanuit Cordaan komt de bijdrage dat mensen vanuit een safehouse, na het afkicken, drie maanden mogen proeven aan werk in de zorg. Na drie maanden moeten ze meteen naar betaald werk. Dat is ingewikkeld, want mensen hebben meer tijd nodig om bijvoorbeeld weer te leren op tijd ergens te verschijnen. Geef iedereen de tijd die hij nodig heeft!

Ook klinkt vanuit het publiek de verzuchting dat veel zaken vrijwilligerswerk worden genoemd die geen vrijwilligerswerk zijn, maar participatietrajecten.

Vanuit het publiek klinkt bijval rondom het begrip ‘kwetsbare’ vrijwilliger. Dat is een nare term. Het gaat erom dat mensen wat doen, niet uit welk hokje ze komen.

Kniesmeijer brengt in dat ieder mens zijn kwetsbaarheden heeft, door wat hij heeft meegemaakt. Je bent dus geen kwetsbare vrijwilliger. De Vrijwilligerscentrale Huizen brengt de term ‘hartwerker’ in.

Met dit mooie woord komt een einde aan een drukbezocht Stadsgesprek en wordt door het publiek nog levendig nagepraat tijdens de borrel.

napraat2.jpeg
Jelle Houtsma-Grech